Dammarke (Marle, Hancate, Egede, Eelen en Rhaan)

De Dammarke.

Hellendoorn bestond tot ongeveer 1850 uit 6 marken: Hellendoorn, Hulsen, Noetsele, Daarle, Haarle en de Dammarke. De eerste marken die genoemd worden binnen de huidige gemeente Hellendoorn zijn Egede en Rhaan. Zij worden beide in 1383 in de leenregisters van de bisschop vermeld. Later zijn deze marken met de buurtschappen Marle, Eelen en een deel van Meer (kerspel Den Ham) verenigd in de Dammarke. Hancate hoorde aanvankelijk bij Rhaan, maar werd daar vanaf gesneden door de aanleg van het Overijssels kanaal. De buurtschap dankt haar naam aan het oude erf Hancotte. De grafheuvels op de Eelerberg en enkele bodemvondsten in de buurtschappen van de vroegere Dammarke tonen aan dat hier waarschijnlijk al vóór het begin van onze jaartelling mensen hebben gewoond.

De groei van de bevolking leidde er in de 12e en 13e eeuw toe dat de buur(t)schappen zich beter gingen organiseren. Zo ontstonden de marken. Een marke omvatte alle woeste en onverdeelde gronden die oorspronkelijk bij een buur(t)schap hoorden en gemeenschappelijk gebruikt werden: de bossen voor het hout, de heide voor het weiden van vee en de venen voor het afgraven van  turf.
De oude erven kregen een aandeel in de onverdeelde gronden: het werden “volle” of “gewaarde” erven. Daarnaast waren er in een marke (niet gewaarde) keuterboeren. Het bestuur van de marke bestond uit de eigenaren van de in die marke gelegen gewaarde erven. Veel boerderijen waren overigens eigendom van de adel of van een klooster.
Rond 1850, toen de marken werden opgeheven, was de grootte van de Dammarke 2300 bunder, daarvan was 117 bunder in cultuur gebracht. In de loop der jaren werd de woeste grond ontgonnen, voor landbouw geschikt gemaakt en de veestapel werd uitgebreid. Er ontstond een overwegend agrarisch gebied.

Het middelpunt van de provincie Overijssel ligt in de gemeente Hellendoorn, om precies te zijn in het Rhanerveld, op de kruising van zandpad de Knollenhaarweg en de verharde Coninckserveweg.  De buurtschappen Eelen en Rhaan/Hancate en Egede tellen nu gezamenlijk ruim 800 inwoners. Marle heeft zo’n 580 inwoners.

Eelen en Rhaan/Hancate en de andere buurtschappen van de vroegere Dammarke zijn van elkaar gescheiden door de rivier de Regge. De Regge is één van de kortste rivieren in onze provincie, maar ze was voor het vervoer vroeger wel van groot belang. Ze ontspringt bij Diepenheim en mondt uit in de Vecht. Oorspronkelijk was ze ongeveer 70 km lang.  Doordat het riviertje aan het eind van de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw gekanaliseerd werd kreeg ze een lengte van ongeveer 50 kilometer.  Vervoer vond vroeger meest plaats te voet, al dan niet met de kruiwagen, met paard en wagen, of per boot over de Regge; bij Enter via de Schipbeek, bij Ommen via de Vecht. Rond 1850 werden de Overijssels kanalen gegraven en vervoer per boot gebeurde toen over de Regge en het kanaal. Tot de tweede wereldoorlog werd een wekelijkse verbinding onderhouden van Nijverdal/Hellendoorn over de Regge, in Egede over het Overijssels kanaal en dan via Hancate en Lemelerveld naar Zwolle. Ook was er  een beurtvaart naar Lemelerveld, Raalte en Deventer. Nu stroomt de Regge via een grondduiker onder het kanaal door en de oude loop van de Regge is weer uitgegraven waardoor ze net als vroeger door ons landschap slingert. Langs verschillende delen van de rivier zijn fietspaden aangelegd. De Regge en het Overijssels kanaal worden niet meer gebruikt voor de scheepvaart.

De  Twentseweg, van Twente naar Zwolle, liep in onze gemeente door Marle en Eelen. De verbindingsweg vanuit dorp Hellendoorn met de Twentseweg liep via de Kerkdijk (Elerweg) naar Schuilenburg. Ooit was de Twentseweg die al in de 17e eeuw bestond,  een belangrijke handelsroute van Zwolle naar Twente en vervolgens naar Duitsland. Kooplieden trokken hierover met hun handelswaar. Mogelijk heeft Napoleon deze route met z’n troepen gevolgd. Het was geen mooie verharde weg, maar een zandweg, en dan vaak meerdere karrensporen breed. Grote gedeelten van de weg zijn tot in de jaren ‘60 nog onverhard geweest, hier en daar is dat nog het geval.

De herberg Het Vosje, nu een kampeerboerderij aan de Meester Werkmanstraat, lag aan deze route en was een wisselplaats voor paarden en een herberg met een “stille tap”. De oude boerderij werd in 1954 afgebroken, bij de afbraak werd een sabel gevonden, misschien wel achtergelaten door de commiezen die heel vroeger op smokkel controleerden. Vanuit de Striepe werd “foezel” gesmokkeld, en rondom Het Vosje lagen vroeger niet ontgonnen heide-velden, moeras en veengronden die een vrij uitzicht boden tot aan Hoge Hexel waardoor snel gewaarschuwd kon worden bij onraad, in een stalraampje stond dan een brandende kaars of lantaarn.

Bij Schuilenburg liep de Twentseweg over de Regge. Waar nu de brug ligt was vroeger een voorde, een doorwaadbare plaats. Ook per boot werd de Regge overgestoken, soms met een bootje langs een touw in eigen beheer, maar ook met een veerdienst. In de buurt van de Marsdijk/Olthofsweg kon men over de Regge worden gezet, in Eelen stond zelfs een veerhuis. Al in de 17e eeuw wordt de brug over de Regge genoemd maar waarschijnlijk is er ook daarvoor al een soort brug geweest. Het onderhoud van de bruggen gaf altijd veel geharrewar in het bestuur van de marke en later in het gemeentebestuur, de (houten) bruggen hadden veel te lijden mede doordat de Regge nog wel eens overstroomde. De tegenwoordige brug is ná de 2e wereldoorlog aangelegd, ter vervanging van de in de oorlog opgeblazen brug.

Op de hoek van de Kerkdijk (Elerweg) en de Nieuwe Twentseweg zijn nog ondiepe kuilen te zien waar vroeger leem werd afgegraven. Leem, vermengd met stro, gras en mest werd gebruikt voor de muren van de boerderijtjes. Aan de Nieuwe Twentseweg in Eelen staat Oud Vels of het “Kniep’nhuussien”, een eeuwenoud, klein keuter-boerderijtje, met muren die nog deels van leem zijn. De laatste bewoners van het Kniep’nhuussien/leemhuussien waren 3 broers, na het overlijden van 2 van hen verhuisde de alleen achtergebleven broer naar een bejaardenhuis in Almelo. Hij kwam nog af en toe met de bus naar Eelen om zijn noabers te bezoeken.


Het boerderijtje Oud Vels, ook wel het Kniep’nhuussien genoemd.

In de 19e eeuw kwam er meer bedrijvigheid in de buurtschappen. Molens, bakkerijen, winkels en smederijen. In Hancate kwam een (nog bestaande) uitspanning. Veel  voorzieningen zijn nu verdwenen, afstanden naar omliggende dorpen zijn geen probleem meer. De saamhorigheid in de  buurtschappen is gebleven,  “noaberschap” bestaat nog, er worden zomerfeesten georganiseerd en er zijn meerdere verenigingen.

In de buurtschap Rhaan stond het kasteel Rhaan, gelegen bij de Mekkelinkweg. Het huis  Rhaan wordt  voor het eerst vermeld in 1382.  In 1840 werd de havezate met het oostelijke en westelijke bouwhuis en verdere bezittingen verkocht en een jaar later grotendeels afgebroken. Eind 19e eeuw werden de grachten rondom het huis bijna geheel gedempt. Alleen het oostelijke bouwhuis bleef overeind en dat is nog steeds in gebruik als boerderij. Stenen van de afbraak werden hergebruikt, o.a. voor de bouw van de kerk van de Afgescheiden gemeente, de Fiene Karke aan de Ommerweg. In 1847 emigreerde het grootste deel van de Afgescheidenen naar Amerika,  het kerkje werd verkocht en verbouwd tot boerderij en in 1966 geheel gesloopt. In 2019 werd bij het planten van struiken naast de voormalige schuur van deze kerk/boerderij een groot stuk bewerkt natuursteen gevonden. Bentheimer zandsteen, de sokkel voor een zuil van het toegangshek bij het huis Rhaan. De sokkel is nu in het bezit van onze partner, de stichting Oald Heldern / De Noaberschop.

Het vroegere bouwhuis van het kasteel Rhaan, later verbouwd tot boerderij, nu een schuur.

In de buurtschap Egede staat nog een mooi overblijfsel van de havezate Egede. Van deze havezate wordt in 1382 voor het eerst melding gemaakt. In 1882 werd het huis met bijgebouwen en schuur voor afbraak verkocht, met de ondergrond van de af te breken gebouwen. Van de stoepstenen vóór het huis werden meerdere grafzerken gemaakt en geplaatst op het oude kerkhof in Hellendoorn. Enkele percelen grond werden gekocht door landbouwers in de buurt en als laatste perceel werd o.a. verkocht:  5 zitbanken in de Hervormde kerk te Hellendoorn en het recht van collatie voor een derde gedeelte tot het beroepen van een predikant bij de Hervormde gemeente te Hellendoorn. De adel had veel invloed, al werden de havezaten vaak langere tijd niet bewoond. Koper van het laatste perceel was de Nederlands Hervormde Gemeente van Hellendoorn.

In de loop der jaren werd het Huys Egede gesloopt en de grachten rondom de havezate werden gedempt. Alleen het in 1780 bijgebouwde bouwhuis of koetshuis bleef staan, het werd verbouwd tot boerderij. Nu is het een rijksmonument.

Een geschilderde afbeelding van Het Huys Egede.

Gelukkig zijn in alle buurtschappen van de vroegere Dammarke rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten bewaard gebleven.

Met dank aan: werkgroep Historisch Marle, Harry Luchtenberg en Bertha Kamphuis.