Daarlerveen

De geschiedenis van het dorp begint met de aanleg van het kanaal Zwolle – Almelo in de jaren 1852 – 1856. Het was de bedoeling om het kanaal tussen Daarle en Hoge Hexel door te laten lopen richting Vriezenveen, maar dit stuitte op weerstand van de inwoners van Daarle, die hun grondgebied niet doorsneden wensten te zien. Vandaar dat men ervoor koos om door het dal van de Daarlerbeek te gaan, dan waren die bezwaren opgelost. Dit hield wel in dat men door de venen van Daarle ging, maar omdat die op enkele boekweitakkers na ongecultiveerd waren, vanwege de moerassigheid, was dat minder bezwaarlijk. In de kerkeraadsnotulen van de hervormde gemeente Daarle staat reeds in 1856 vermeld dat “er zich eenige vreemdelingen hebben geset in de Veenen van Daerle”.

Turfschepen in Daarlerveen – 1927 Tijdens het afgraven van de venen werden er meerdere vondsten gedaan, waaruit blijkt dat er in de voorafgaande eeuwen menselijke activiteiten hebben plaatsgevonden; onder andere twee stenen bijlen aan het begin van de veenbrug naar Sibculo en een veel jongere doodlopende knuppelbrug, waarschijnlijk ten behoeve van boekweitteeld of graven van ijzererts, met daarbij een bronzen mes en armband (offergaven?). Eveneens werd gezien de vondst van een boomstamkano in het beekdal, de Daarlerbeek reeds ver voor het begin van de jaartelling bevaren.

Het veengebied wat Daarle toebehoorde is sterk ingeperkt vanwege de laatste verplaatsing van Vriezenveen midden 17e eeuw, waardoor de inwoners hun grondgebied naar het noorden wilden uitbreiden. Dit met de hulp van de Heer van Almelo, die eveneens meende rechten te kunnen claimen en de Vriezenveners door middel van advocaten ondersteunde. Gelukkig werd met de komst van Napoleon eind 18e eeuw de macht van de adel aan banden gelegd en behielden de inwoners van Daarle een gedeelte van de venen. Het afgestane grondgebied met de namen Twistveen en Nieuwe Westervenen herinneren hier nog aan.
Zo konden de inwoners van Daarle hun door het kanaal doorsneden veengrond verkopen aan de verveners, die niet alleen uit de buurt, maar eveneens uit het Drents/Gronings veengebied en Friesland kwamen. Voor afwatering en vervoer werden meerdere wijken en boksloten aangelegd. De wijken stonden allen haaks op het kanaal en eindigden bij de gemeentegrens, uitgezonderd de Vriezenveensewijk.
B048 Spoorstraat 1962

In 1863 waren er al tien boksloten, die niet in open verbinding stonden met de wijken en enkel dienden voor vervoer van turf. Spoedig kwamen er nevenactiviteiten die voortvloeiden uit de vervening, zoals enkele kalkovens aan de Kalkwijk en Nonkeswijk en een Scheepswerf aan de Webbinkswijk.
De namen van de overige wijken waren, Meesterwijk, Boeswijk, Lijsterwijk, Kooywijk en Reinderswijk.
In 1906 werd de spoorlijn Almelo – Mariënberg aangelegd, met een stopplaats bij het Daarlescheveld. Deze halte kreeg eerst de benaming “Boldijk”, doch werd in 1907 gewijzigd in “Daarle” tot 1958, toen de naam in “Daarlerveen” werd veranderd.
Daarlerveen kreeg zijn officiële naam omstreeks 1910, voorheen was het een onderdeel van Daarle, eveneens op kerkelijk gebied.
Omdat de kerkgang naar Daarle volgens de inwoners nogal problemen opleverde vanwege de afstand en begaanbaarheid van de Boldijk, werd per 1 januari 1911 Daarlescheveld of Daarlerveen bij Vroomshoop gevoegd.
De gereformeerden scheidden zich in 1936 af van Vroomshoop en kregen een eigen kerk. Dit was voor de hervormden aanleiding om als deelgemeente van Vroomshoop een eigen kapel te stichten. In 1944 vond er een kerkscheuring plaats, waarbij de vrijgemaakte gereformeerden de kerk behielden en de twaalf overgebleven gezinnen en eigen stek moesten zoeken. Die kregen ze in 1950 door de bouw van het Witte kerkje, tot in 1998 het aantal leden dusdanig was geslonken dat men aansluiting vond bij de hervormden. Deze hadden in 1969 de oude kapel vervangen door een nieuwe kerk en waren in 1991 zelfstandig geworden. Na de samenvoeging werd de naam van de hervormde gemeente veranderd in Protestantse Gemeente “De Schoof”.