Daarle

Het dorp Daarle is ontstaan op een stuwwal uit de voorlaatste ijstijd. Zoals de betekenis van de naam reeds aangeeft, was deze open plek op de bosrijke hoogte omringd door eindeloze moerassen en dit gaf het een geïsoleerde en daardoor een geheimzinnige, ja zelfs betoverende status. Van al deze kenmerken zijn de sporen nog aanwezig of later gevonden bij de afgraving van de venen.

Schaapskooi Daarle De eerste vermelding van Darloe is in een goederenlijst van de Abdij van Werden aan de Ruhr uit 933 – 966.
Gezien de vele vondsten van vuurstenen werktuigen (tussen Es en Daarlerbeek), twee urnengrafvelden (Nieuwstad en Zuidberg) en sporen van woningen (Nieuwstad en Kötterskamp, blijkt dat er al vanaf ca 8000 voor Chr. jagersstammen rondtrokken en er sinds 5000 voor Chr. permanente bewoning was. De vondsten van Romeins aardewerk en enkele mantelspelden duiden op het ontstaan van het huidige dorp in de Romeinse tijd.
Het blootleggen van een knuppelweg, richting Sibculo, anderhalve meter in het veen, geeft aan dat er vanaf ca 3000 voor onze jaartelling reeds een verbinding was met de zandhoogten op Duits gebied.
Eveneens heeft de Dammarke haar naam waarschijnlijk te danken aan de dam die vanaf Daarle is aangelegd door het moeras richting Marle en was de Daerlervoorde (Dalvoorde) reeds in de Karolingische tijd in gebruik.

A032 N.H. Kerk Valk
De Marke van Daarle wordt in 1397 vermeld en worden tevens de erven Berninc, Dubbelinc (1332), Johanninc, Oetbeldinc en het Huis to Opganghe genoemd.
Opmerkelijk is dat Die Dam, Heerscopinc en Huis to Lutevelde, gelegen aan het einde van de dam, in het huidige Marle, bij Daarle worden gerekend en worden bovendien in de eerste schattingslijsten Daarle, Merler ende Averhem in één adem genoemd.
De abdij Werden heeft waarschijnlijk invloed gehad op de stichting van de kapel, omdat deze naast de hof van het kloostergoed Noordink verrees. Overigens hadden de kloosters en de adel er weinig bezittingen en was het merendeel der boeren baas op eigen erf.
Wel werd het markerichterschap door de adel vervult, maar die hadden soms nauwelijks bezittingen in Daarle. Ze waren over het algemeen wel eigenaar van het kasteel Schuilenburg. De (marke)hof en de kapel zijn rond het jaar 1600 verdwenen en stond enkel nog het bouwhuis op de oude hofplaats en was aan het nabijgelegen erf Oetbrink een kamer voor de landheer gebouwd.
Vanaf die tijd was het markerichterschap verbonden aan het erf Johannink of Laarman en deze fungeerde als markehof.
Kerkelijk viel Daarle onder Hellendoorn, doch van een regelmatige kerkgang zal vanwege de afstand, begaanbaarheid van de weg en grillige Regge, weinig zijn gekomen. Vandaar dat men sinds 1830 heeft geprobeerd een eigen hervormde kerk te stichten. Ondanks tegenwerking van Hellendoorn werd deze wens in 1854 gerealiseerd en kwam de waterstaatskerk aan de Groeneweg gereed. In 1955 werd deze vervangen door de huidige kerk.
Evenzo lukte het de gereformeerden om het verenigingsgebouwtje uit 1894 in 1933 te vervangen door de huidige kerk en eveneens zelfstandig te worden.
De begraafplaats was reeds aangelegd in 1824, waarschijnlijk op de plaats waar voorheen soms werd begraven, wanneer Hellendoorn onbereikbaar was vanwege de hoge waterstand van Daarlerbeek en Regge.
De eerste school dateert reeds uit 1706 en werd het gebouw in totaal vier keer vervangen, tot in 1977 de huidige Christelijke Basisschool “De Ark” gereedkwam. Tussen 1922 en 1977 heeft er tevens een School met de Bijbel gestaan, die eveneens overging in “De Ark”.